Wijzig uw land- en taalvoorkeur

België - (Nederlands)
België - (Nederlands) België - (Frans) Luxemburg - (Frans) Luxemburg - (Nederlands) Luxemburg - (Engels)
Bevestig

Delen-Nieuws

Met welke beleggingen behoudt u uw koopkracht?

05 oktober 2021 | Delen-Nieuws

Volgt u de discussie over tijdelijke versus klevende inflatie? Ver van uw bed, denkt u? Vergis u niet. De vraag is wel degelijk relevant voor de toekomstige evolutie van de rentevoeten, voor uw koopkracht, en voor uw beleggingen. Hoe zijn ze aan elkaar gelinkt?

Gezonde inflatie

U hoeft geen econoom te zijn om het concept van inflatie te begrijpen: het gaat om een algemene prijsstijging over de hele lijn (en dus niet alleen voor bepaalde producten). U krijgt letterlijk minder waar voor uw geld.

Die inflatie wordt gemeten door de prijs te berekenen van een korf van goederen en diensten op verschillende ogenblikken in de tijd. Het jaarlijkse inflatiepercentage komt overeen met de vergelijking van de prijs van de goederenkorf van het ene jaar op het andere. Daalt de prijs van het mandje, dan spreekt men van deflatie.  

U vraagt zich misschien af of er zoiets bestaat als een ideaal inflatieniveau. Welnu, de Europese Centrale Bank (ECB) en de Amerikaanse Federal Reserve streven naar een inflatiepeil rond de 2% op jaarbasis. Waarom zijn de centrale banken een beperkte inflatie zo genegen? Omdat het wijst op een gezonde vraag naar goederen en diensten. Maar het evenwicht is precair, want de keerzijde van de medaille is dat de koopkracht een stukje uitgehold wordt.   

De inflatie schoot de voorbije maanden fors omhoog

De inflatie schoot de voorbije maanden fors omhoog, tot 5,3% in de VS en 3% in Europa (cijfers augustus 2021). Het is lang gelden dat we nog dergelijke cijfers zagen. U moet teruggaan tot 2008 om de inflatie boven de 3% te zien uitstijgen. Sindsdien daalde die gestaag, tot bijna 0 procent. In oktober 2020 zakte het niveau in de Europese Unie zelfs tot -0,3% (cijfers Eurostat).

Evolutie van inflatie en rente op 10-jarige Duitse staatsobligaties

Bron: Cadelam, Bloomberg

De centrale banken kunnen de economische motor aanzwengelen

Zolang de inflatie laag is, kunnen de centrale banken met gerust hart een beleid van lage rente aanhouden, zonder de economie te oververhitten. De ECB en de Federal Reserve houden de rentes al een tijdje bewust laag om de investeringen en consumptie aan te zwengelen.

Via obligatieaankopen en lage rentes ondersteunen centrale banken de economie.

Daarnaast hebben ze nog een tweede wapen: via het aankopen van obligaties pompen ze extra liquiditeit in de economie. De obligatieaankopen en de lage rentes zijn daarmee de twee aandrijvers die de motor van een economie op gang kunnen houden.

Maar wat als de inflatie opveert?

De kaarten zijn de laatste maanden grondig door elkaar geschud. Want tijdelijk of niet, de inflatie schoot als een pijl omhoog. De centraal bankiers moeten nu behendig navigeren: ze willen de economische groei verder ondersteunen, maar zonder dat de prijzen de pan uit swingen. Daarom zullen ze hun monetaire beleid stap voor stap verstrakken: eerst door hun obligatieaankopen langzaam te verminderen, nadien door de rente stapsgewijs op te trekken.

De ECB en de Fed moeten behendig navigeren tussen gezonde groei en gecontroleerde inflatie.

Maar voorlopig blijft de basisrente (dat is de rente waaraan de centrale bank geld uitleent aan de financiële instellingen) zeer laag: ongeveer 0% in de eurozone en 0% à 0,25% in de Verenigde Staten. Het geld is dus zo goed als ‘gratis’.

Spaarder is de dupe

De combinatie lage rente en hogere inflatie is geen cadeau voor spaarders. Geld op een spaarboekje brengt sowieso al jaren niks meer op. En nu de inflatie daar bovenop nog eens aan de koopkracht knaagt, is de spaarder twee keer de klos.

Voor de banken is de lage rente evenmin een goede zaak. De Belgische minimumrente van 0,11% op spaarrekeningen is problematisch, want zelf moeten de banken de ECB betalen om cash geld te plaatsen (negatieve rente van -0,5%). Het minimumtarief kost de banken bijgevolg handenvol geld.

Negatieve reële rente: kans voor de overheid

De winnaar van de lage rente en een beetje inflatie is ongetwijfeld de overheid. Een beetje inflatie komt de overheden eigenlijk goed uit. Waarom? Zij steken zich in de schulden om hun coronastimuluspakketten te financieren. De kostprijs is rond de nul procent, terwijl de huidige inflatie meer dan 3% bedraagt. De rentelast, d.i. de kost van de schuld, weegt niet op tegen de voordelen die de overheid haalt uit haar investeringen (in infrastructuur, gezondheidszorg, etc.) die ze via schuld financiert. We spreken in dat geval van een negatieve reële rente. Voor overheden is het een kans om economische relanceplannen relatief goedkoop te financieren. En dat fenomeen wordt momenteel wereldwijd met veel enthousiasme gebruikt.

Voor overheden met hoge schulden is de lage rente in combinatie met een beetje inflatie een buitenkans.

Welke beleggingen compenseren het koopkrachtverlies?

Wat goed is voor de overheden, is dat dus niet altijd voor de spaarder. Hij ziet de waarde van zijn geld immers eroderen op lange termijn. Hoe kan hij toch zijn koopkracht behouden? Welk rendement moet zijn spaargeld daarvoor opleveren? Nemen we het voorbeeld van een inflatiepercentage van 2% en een startkapitaal van 100.000 euro. Om de inflatie te dekken en daar bovenop een 1% reële stijging van de koopkracht te creëren, zal dat kapitaal 3% (middelste lijn) moeten opbrengen.

Simulatie evolutie kapitaal van 100.000 euro tegenover een inflatie van 2%, met een rendement van 1, 2, 3, 4 of 5%.

Bron: Delen Private Bank

Hoe krijgt u dat voor mekaar? Door meer te sparen? Te beleggen in obligaties? Of in aandelen?

Cash is steriel

De dag dat de rentevoeten flirten met 3 of 4% ligt nog niet meteen in het verschiet. De nominale rente (exclusief inflatie) is sinds 2014 gestaag gedaald. Als we ook rekening houden met de inflatie, dan komen we uit op een negatieve reële rente.

Wilt u uw vermogen volledig en onmiddellijk beschikbaar houden, dan leidt dat onverbiddelijk tot waardeverlies. Toch zijn er nog heel wat Belgen die zweren bij het spaarboekje. Eind juni 2021 hadden alle Belgen samen bijna 300 miljard euro op hun spaarboekjes staan. Heeft u iets meer ambitie voor uw spaargeld? Dan bent u genoodzaakt om meer risico te nemen, in ruil voor een potentieel hoger rendement op de middellange/lange termijn.

Obligaties als stootkussen

Kunnen obligaties het koopkrachtverlies compenseren? Niet echt. In 2020 bereikte het rendement op 10-jarige staatsobligaties in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland een historisch dieptepunt, dat onder de inflatie lag.

Bedrijfsobligaties brengen evenmin soelaas, want ook daar zijn de coupons soms lager dan de verwachte inflatie. De hoogrenderende obligaties (high yield-obligaties) dan maar? Helaas geldt ook daar hetzelfde verhaal: dalende rentevoeten, gecombineerd met een gelijkblijvend risico.

Obligaties zijn het stootkussen: ze vangen de schokken in de portefeuilles op.

Toch is er een belangrijke reden om obligaties in portefeuille te houden, zelfs al bieden ze geen hoog rendement. Ze vervullen immers de functie van buffer of stootkussen: als er onrust is op de markten, helpen ze de schokken op de markt op te vangen. Obligaties zijn dus een defensieve belegging, een bescherming voor als het stormt op de beurs.

Aandelen bieden beste perspectief op behoud van koopkracht

Wie op zoek is naar rendement, komt vanzelf uit bij aandelen. Zij bieden niet enkel uitzicht op een mogelijk dividend, maar ook op koerswinst, tenminste als de bedrijven die de dividenden uitgeven een gezonde onderliggende winstgroei kunnen voorleggen. Daarbij mag u nooit uit het oog verliezen dat met dat extra potentieel rendement ook extra risico komt: de aandelenkoersen kunnen sterk fluctueren doorheen de tijd. Maar u kunt het risico van uw portefeuille wel beheren door uw beleggingshorizon voldoende lang te nemen en uw beleggingen te spreiden over diverse sectoren, regio’s en thema’s.  

Evolutie van de Duitse 10-jaarsrente, dividendenrendement van de Stoxx 600 en inflatievoet in de afgelopen 30 jaar

Bron : Cadelam, Bloomberg

Het gemiddelde dividendenrendement van de afgelopen 30 jaar varieert tussen 2% en 5%. Dat is fors hoger dan het gemiddelde inflatiepeil én dan de coupon op de 10-jarige Duitse staatsobligaties, die al enkele jaren onder de 2% ligt, het streefcijfer voor inflatie.

Het gemiddelde dividendenrendement varieert tussen 2% en 5%, fors hoger dan de <2% coupon op de 10-jarige Duitse staatsobligaties.

De grafiek hieronder zet de drie grote activaklassen nog eens samen. U ziet de evolutie van de rendementen uit het verleden (laatste 20 jaar in donkerblauw) tegenover de toekomstige rendementsvooruitzichten (volgende 5 jaar in lichtblauw) voor de verschillende activaklassen.

Verwacht rendement voor de verschillende activaklassen (meer dan 5 jaar) in vergelijking met historisch rendement (meer dan 20 jaar)

Bron: Cadelam, Bloomberg

Wat blijkt? Terwijl u in het verleden uw kapitaal ook kon laten renderen door te investeren in obligaties, is dat vandaag nauwelijks nog het geval. U moet al voor hoogrentende obligaties kiezen wil u toch wat rendement, en dan is het risico dat u loopt navenant. Aandelen lijken vandaag haast de enige bron van rendement, en dus het beste wapen tegen koopkrachtverlies.

Conclusie

Als de lage rentestand nog een tijdje aanhoudt (zoals de meeste analisten verwachten) en de inflatie op een hoog niveau blijft, verliest u aan koopkracht. Tenzij u investeert in activa met voldoende rendement. Cash en obligaties kunnen u dat niet of nauwelijks bieden, al spelen ze wel een belangrijke rol als buffer om uw vermogen te beschermen als de beurzen naar beneden duiken. Voor een deftig verwacht rendement blijven aandelen de meest logische keuze. U doet er goed aan om de factor inflatie mee in rekening te brengen bij uw vermogensbeheer, en u af te vragen of het verwachte rendement u werkelijk in staat stelt om uw koopkracht op de lange termijn te behouden.

 
 
België - (Nederlands)
België - (Nederlands) België - (Frans) Luxemburg - (Frans) Luxemburg - (Nederlands) Luxemburg - (Engels)