meerwaardebelasting

Belasting op meerwaarden: wat betekent het voor uw beleggingen?

  • 2 juni 2026
  • Actualiteit

Een algemene belasting op meerwaarden van financiële activa is voortaan van kracht in België. Hoewel de wet pas op 6 april 2026 werd goedgekeurd, geldt ze voor meerwaarden die sinds 1 januari 2026 werden gerealiseerd.

Welke gevolgen kan deze nieuwe belasting hebben voor uw beleggingen?

In deze bijdrage lichten we de belangrijkste kenmerken van de regeling toe. Zo krijgt u een beter inzicht in de werking van de belasting en de mogelijke gevolgen voor uw portefeuille.

Dit artikel is een update van het artikel van februari. 

 

Het algemene kader

Het belastingtarief bedraagt 10%. De belasting geldt voor meerwaarden die sinds 1 januari 2026 worden gerealiseerd bij de verkoop van financiële activa, zoals gedefinieerd in de fiscale wetgeving.

Wie valt onder de belasting?

De belasting is van toepassing op particulieren met fiscale woonplaats in België, evenals op vzw’s en stichtingen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting – behalve als zij fiscale attesten voor giften kunnen afleveren.

Belgische vennootschappen en niet-inwoners vallen niet onder deze regeling. Voor vennootschappen geldt immers de vennootschapsbelasting, die door het wetsontwerp niet wordt gewijzigd. Voor niet-inwoners blijft de belastingheffing van hun woonstaat gelden.

In geval van een gesplitste eigendom (vruchtgebruik/naakte eigendom) is de naakte eigenaar de belasting verschuldigd.

Welke activa worden geviseerd?

De belasting is van toepassing op een brede waaier aan financiële activa. Denk aan aandelen, obligaties, deelnemingen van beleggingsfondsen, ETF’s, heel wat verzekeringscontracten (waaronder tak 23), maar ook cryptoactiva, goud en vreemde valuta.

Producten uit de tweede en derde pensioenpijler (zoals pensioenspaarfondsen en groepsverzekeringen) vallen in principe buiten het toepassingsgebied, net als kunstwerken en onroerend goed.

Welke verrichtingen vallen onder de belasting?

De belasting wordt geheven bij het realiseren van een meerwaarde naar aanleiding van een ‘overdracht onder bezwarende titel’ van een financieel actief – het gaat dan onder meer over verkooptransacties.

Schenkingen en nalatenschappen zijn uitgesloten van de belasting, maar brengen wel een overdracht van de fiscale latentie met zich mee.

 

Hoe wordt de belastbare meerwaarde berekend?

De berekening van de belastbare meerwaarde is vrij complex. In grote lijnen komt het neer op het verschil tussen de verkoopprijs van het actief en de aankoopprijs voor de verkoper (of voor de persoon die het actief aan hem schonk of naliet).

Er is een uitzondering voorzien om de vrijstelling van meerwaarden die vóór 1 januari 2026 zijn ontstaan (‘historische meerwaarden’) te behouden. Voor activa die een belastingplichtige op 1 januari 2026 al in bezit had, wordt de meerwaarde berekend op basis van de waarde op 31 december 2025 – en niet op basis van de oorspronkelijke aankoopprijs.

Voorbeeld 
 In 2022 kocht u een aandeel voor 40 euro. Op 1 januari 2026 had u het aandeel nog in portefeuille. De waarde op 31 december 2025 bedroeg 90 euro. In 2027 verkoopt u het aandeel voor 100 euro. De belastbare meerwaarde bedraagt 10 euro (100 – 90), niet 60 euro (100 – 40). 

Er is ook een uitzondering op deze uitzondering, in uw voordeel. Ligt de werkelijke aankoopwaarde hoger dan de waarde op 31 december 2025, dan mag u uitgaan van die werkelijke aankoopwaarde. Daardoor vermindert de belastbare meerwaarde.

Voorbeeld 

In 2022 kocht u een aandeel voor 40 euro. Op 1 januari 2026 bezat u het aandeel nog, en de waarde op 31 december 2025 bedroeg 10 euro. In 2027 verkoopt u het aandeel voor 100 euro. De belastbare meerwaarde bedraagt dan 60 euro (100 – 40) en niet 90 euro (100 – 10).

Let wel: deze mogelijkheid om de oorspronkelijke aankoopprijs te hanteren geldt enkel voor verkopen die plaatsvinden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet, dus vóór 31 december 2030. Daarna wordt de waarde op 31 december 2025 altijd als referentie genomen.

De FIFO-methode

Verkoopt u een financieel actief dat u op verschillende momenten hebt aangekocht? Dan gaat de wet ervan uit dat de oudste posities eerst worden verkocht. Deze regel staat bekend als de FIFO-methode (First In, First Out).

Jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro

Elke belastingplichtige zal jaarlijks tot 10.000 euro aan meerwaarden kunnen realiseren zonder belasting. Gezien het belastingtarief 10% bedraagt, levert deze vrijstelling een fiscaal voordeel van maximaal 1.000 euro per jaar op.

Exit tax bij emigratie

Het wetsontwerp voorziet in een ‘exit taks’ bij emigratie uit België. Deze belasting geldt op latente meerwaarden op activa die op het moment van vertrek in bezit zijn, en bedraagt in principe 10%.

De belasting moet echter niet effectief worden betaald als binnen de 24 maanden na vertrek aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan – onder meer dat de activa in die periode niet verkocht worden. In dat geval wordt de belasting definitief kwijtgescholden.

Samenloop met de Reynders-taks

De Reynders-taks blijft behouden. Deze belasting van 30% is van toepassing op de meerwaarde bij de verkoop van beleggingsfondsen, voor zover die meerwaarde voortkomt uit obligatiebeleggingen binnen het fonds.

De twee regimes bestaan naast elkaar, maar zijn niet cumulatief van toepassing. Het obligatiegedeelte blijft belast aan 30%, terwijl de nieuwe belasting van 10% alleen geldt op het resterende deel van de meerwaarde. Zo wordt dubbele belasting vermeden.

Voorbeeld

U koopt in 2026 een deelbewijs van een fonds voor 40 euro en verkoopt dit in 2029 voor 100 euro. U realiseert daarmee een meerwaarde van 60 euro.

Stel dat 20 euro van die meerwaarde afkomstig is van de obligatiecomponent van het fonds. Op dat gedeelte is de Reynderstaks van 30% van toepassing. Op de overige 40 euro geldt de nieuwe meerwaardebelasting van 10%.

Aftrek van minwaarden, kosten en taksen

Minwaarden zijn in principe aftrekbaar, maar die aftrek is aan enkele belangrijke beperkingen onderworpen.

Zo kan een minwaarde enkel worden verrekend met een meerwaarde wanneer beide door dezelfde belastingplichtige werden gerealiseerd in hetzelfde kalenderjaar. Een eventueel overschot aan minwaarden kan dus niet worden teruggedragen naar een vorig jaar, noch worden overgedragen naar een later jaar.

Daarnaast kunnen minwaarden alleen worden verrekend met meerwaarden die behoren tot dezelfde categorie van financiële activa. Zonder in te gaan op de technische details, is het begrip ‘categorie’ in dit verband relatief ruim. Zo zal een minwaarde op cryptoactiva of ETF’s doorgaans kunnen worden verrekend met een meerwaarde op een belegging in goud of in fondsdeelbewijzen, op voorwaarde dat beide door dezelfde belastingplichtige in hetzelfde jaar werden gerealiseerd.

Kosten en belastingen die verband houden met de aankoop, het bezit of de verkoop van financiële activa zijn daarentegen niet aftrekbaar. Denk bijvoorbeeld aan de beurstaks (TOB), de taks op effectenrekeningen of bewaarloon.

 

Hoe wordt de belasting geïnd?

De wet voorziet twee systemen voor de inning van deze belasting: het opt-in-systeem en het opt-out-systeem.

Het opt-in-systeem

Het opt-in-systeem is de standaardregeling. Als belastingplichtige hoeft u hiervoor geen actie te ondernemen.

Wanneer u een meerwaarde realiseert en de bank betrokken is bij de verrichting, houdt de bank een roerende voorheffing van 10% in op het bedrag van die meerwaarde. Deze inhouding werkt bevrijdend: de meerwaarde hoeft u dan niet meer in de belastingaangifte op te nemen.

Bij de berekening van deze roerende voorheffing kan de bank echter geen rekening houden met bepaalde elementen, waaronder:

  • de jaarlijkse vrijstelling op de eerste schijf van 10.000 euro aan meerwaarden
  • eventuele minwaarden die in hetzelfde jaar werden gerealiseerd
  • de werkelijke aankoopwaarde van activa die vóór 1 januari 2026 werden verworven, wanneer die hoger ligt dan de waarde op 31 december 2025 (enkel voor verkopen tot en met 31 december 2030).

Doordat met deze elementen geen rekening wordt gehouden, kan de ingehouden roerende voorheffing in bepaalde gevallen hoger zijn dan de belasting die uiteindelijk verschuldigd is.

Het eventueel te veel betaalde bedrag gaat echter niet verloren. Via uw belastingaangifte kunt u de te veel ingehouden voorheffing terugvorderen.

Het opt-out-systeem

Het opt-out-systeem is enkel van toepassing wanneer u hier uitdrukkelijk voor kiest.

Deze keuze kan afzonderlijk worden gemaakt voor elke rekening, maar moet telkens worden aangevraagd door alle rekeninghouders gezamenlijk en geldt voor het volledige kalenderjaar. De keuze kan slechts één keer per jaar worden herroepen en die herroeping heeft pas uitwerking vanaf het daaropvolgende jaar.

Wie voor het opt-out-systeem kiest, laat geen roerende voorheffing inhouden door de bank op belastbare meerwaarden. De belastingplichtige verbindt zich er dan toe om deze meerwaarden zelf te berekenen en op te nemen in de belastingaangifte.

De bank is in dat geval wel verplicht om bepaalde informatie automatisch door te geven aan de fiscale administratie. Het gaat onder meer om de identiteit van de rekeninghouders en het totale bedrag van de meerwaarden die op de betrokken rekening werden gerealiseerd.