Belasting op meerwaarden: wat verandert er voor uw beleggingen?
- 6 januari 2026
- Actualiteit
Begin 2025 bereikte de Arizona-regering, na maandenlange onderhandelingen, een regeerakkoord. Eén van de meest opvallende aankondigingen daarin was de invoering van een algemene belasting op meerwaarden.
Het wetsontwerp dat deze ingrijpende hervorming van de Belgische fiscaliteit moet realiseren, werd in december 2025 neergelegd in de Kamer. Verwacht wordt dat het in de loop van 2026 wordt goedgekeurd, maar het zal al van toepassing zijn op verrichtingen vanaf 1 januari 2026.
Onderstaand overzicht biedt u een eerste blik op de belangrijkste elementen van deze belasting, op basis van de huidige versie van het wetsontwerp, met focus op de impact voor uw beleggingen. Op een later tijdstip zullen we u ook informeren over meer specifieke thema’s, zoals de gevolgen voor aandeelhouders van privévennootschappen.
Het algemene kader
Het tarief van de belasting zal in principe 10% bedragen. Ze zal van toepassing zijn op meerwaarden die vanaf 1 januari 2026 worden gerealiseerd bij de verkoop van wat de fiscale wetgeving omschrijft als ‘financiële activa’.
Wie valt onder de belasting?
De belasting is van toepassing op particulieren met fiscale woonplaats in België, evenals op vzw’s en stichtingen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting – behalve als zij fiscale attesten voor giften kunnen afleveren.
Belgische vennootschappen en niet-inwoners vallen niet onder deze regeling. Voor vennootschappen geldt immers de vennootschapsbelasting, die door het wetsontwerp niet wordt gewijzigd. Voor niet-inwoners blijft de belastingheffing van hun woonstaat gelden.
In geval van een gesplitste eigendom (vruchtgebruik/naakte eigendom) zal de naakte eigenaar de belasting verschuldigd zijn.
Welke activa worden geviseerd?
De belasting is van toepassing op een brede waaier aan financiële activa. Denk aan aandelen, obligaties, deelnemingen van beleggingsfondsen, ETF’s, heel wat verzekeringscontracten (waaronder tak 23), maar ook cryptoactiva, goud en vreemde valuta.
Producten uit de tweede en derde pensioenpijler (zoals pensioenspaarfondsen en groepsverzekeringen) vallen in principe buiten het toepassingsgebied, net als kunstwerken en onroerend goed.
Welke verrichtingen vallen onder de belasting?
De belasting wordt geheven bij het realiseren van een meerwaarde naar aanleiding van een ‘overdracht onder bezwarende titel’ van een financieel actief – het gaat dan onder meer over verkooptransacties.
Schenkingen en nalatenschappen zijn uitgesloten van de belasting, maar brengen wel een overdracht van de fiscale latentie met zich mee.
Hoe wordt de belastbare meerwaarde berekend?
De berekening van de belastbare meerwaarde is vrij complex. In grote lijnen komt het neer op het verschil tussen de verkoopprijs van het actief en de aankoopprijs voor de verkoper (of voor de persoon die het actief aan hem schonk of naliet).
Er is een uitzondering voorzien om de vrijstelling van meerwaarden die vóór 1 januari 2026 zijn ontstaan (‘historische meerwaarden’) te behouden. Voor activa die een belastingplichtige op 1 januari 2026 al in bezit heeft, zal de toekomstige meerwaarde berekend worden op basis van de waarde op 31 december 2025 – en niet op basis van de oorspronkelijke aankoopprijs.
Voorbeeld
In 2022 kocht u een aandeel voor 40 euro. Op 1 januari 2026 heeft u het aandeel nog in portefeuille. De waarde op 31 december 2025 bedraagt 90 euro. In 2027 verkoopt u het aandeel voor 100 euro. De belastbare meerwaarde bedraagt 10 euro (100 – 90), niet 60 euro (100 – 40).
Er is ook een uitzondering op deze uitzondering, in uw voordeel: als de waarde op 31 december 2025 lager ligt dan de oorspronkelijke aankoopprijs, mag toch die hogere aankoopprijs in aanmerking worden genomen.
Voorbeeld
In 2022 kocht u een aandeel voor 40 euro. Op 1 januari 2026 bezit u het aandeel nog, en de waarde op 31 december 2025 bedraagt 10 euro. In 2027 verkoopt u het aandeel voor 100 euro. De belastbare meerwaarde bedraagt dan 60 euro (100 – 40) en niet 90 euro (100 – 10).
Let wel: deze mogelijkheid om de oorspronkelijke aankoopprijs te hanteren geldt enkel voor verkopen die plaatsvinden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet, dus vóór 31 december 2030. Daarna wordt de waarde op 31 december 2025 altijd als referentie genomen.
Jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro
Elke belastingplichtige zal jaarlijks tot 10.000 euro aan meerwaarden kunnen realiseren zonder belasting. Gezien het belastingtarief 10% bedraagt, levert deze vrijstelling een fiscaal voordeel van maximaal 1.000 euro per jaar op.
Exit tax bij emigratie
Het wetsontwerp voorziet in een ‘exit taks’ bij emigratie uit België. Deze belasting geldt op latente meerwaarden op activa die op het moment van vertrek in bezit zijn, en bedraagt in principe 10%.
De belasting moet echter niet effectief worden betaald als binnen de 24 maanden na vertrek aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan – onder meer dat de activa in die periode niet verkocht worden. In dat geval wordt de belasting definitief kwijtgescholden.
Samenloop met de Reynders-taks
De Reynders-taks blijft behouden. Deze belasting van 30% is van toepassing op de meerwaarde bij de verkoop van beleggingsfondsen, voor zover die meerwaarde voortkomt uit obligatiebeleggingen binnen het fonds.
De twee regimes zullen naast elkaar bestaan, maar niet cumulatief van toepassing zijn. Het obligatiegedeelte blijft belast aan 30%, terwijl de nieuwe belasting van 10% alleen geldt op het resterende deel van de meerwaarde. Zo wordt dubbele belasting vermeden.
Aftrek van minwaarden, kosten en taksen
Minwaarden zullen in beperkte mate aftrekbaar zijn. Dit kan enkel indien de minderwaarde gerealiseerd werd door dezelfde persoon, in hetzelfde jaar en in dezelfde categorie van belastbare financiële activa. Een ‘overschot’ aan minwaarden kan niet terug- of overgedragen worden naar andere jaren.
Kosten en taksen verbonden aan de aankoop, het aanhouden of de verkoop van de activa – zoals de beurstaks (TOB), de taks op effectenrekeningen of bewaarloon – zijn niet aftrekbaar.
Twee mogelijkheden tot inning van de nieuwe belasting
Het wetsontwerp voorziet in twee opties voor de inning van de belasting, evenals een overgangsperiode tussen 1 januari 2026 en de goedkeuring van de wet.
Inhouding van een bevrijdende roerende voorheffing
Delen Private Bank zal een roerende voorheffing van 10% inhouden op elke gerealiseerde meerwaarde voor klanten die onder de nieuwe belasting vallen, wanneer de bank tussenkomt in de verrichting. Deze voorheffing is bevrijdend: ze ontslaat u van de verplichting om de meerwaarde in uw belastingaangifte op te nemen. Zo vermijdt u een mogelijk zware administratieve last en behoudt u uw discretie ten aanzien van de fiscus.
Bij de inhouding van deze voorheffing kunnen sommige elementen echter niet in rekening worden gebracht door de banken – zoals de jaarlijkse vrijstelling op de eerste schijf van 10.000 euro aan meerwaarden, of de aftrek van minwaarden van hetzelfde jaar.
In dat geval kan u het eventueel te veel ingehouden bedrag recupereren via de belastingaangifte. Er gaat dus geen enkel recht verloren. De bank zal u alle nodige informatie bezorgen om deze terugvordering op een eenvoudige manier te regelen.
Het opt-outregime
U kan er ook voor kiezen om geen roerende voorheffing te laten inhouden: dat is het zogenaamde opt-outregime.
Deze keuze kan afzonderlijk per rekening worden gemaakt, telkens op verzoek van alle titularissen van de rekening, en geldt voor een volledig kalenderjaar. De keuze kan slechts eenmaal per jaar worden herroepen, en dan pas met ingang van het volgende jaar.
U verbindt zich er in dat geval toe om zelf alle gerealiseerde meerwaarden van de betrokken rekening op te nemen in uw belastingaangifte. De bank is op haar beurt verplicht om automatisch een reeks gegevens over te maken aan de fiscus, zoals de namen, adressen en rijksregisternummers van alle rekeninghouders, alsook het totale bedrag aan gerealiseerde meerwaarden op de rekening.
Het opt-outregime biedt meestal weinig voordelen, terwijl het wel nadelen met zich meebrengt. U vermijdt enkel de voorafbetaling van de belasting, maar moet daar een aanzienlijke administratieve last én een verlies van discretie tegenover stellen.
Wenst u toch voor het opt-outregime te kiezen, dan kunt u nu al contact opnemen met uw relatiebeheerder. Die zal het opt-outformulier voor de door u aangeduide rekeningen ter beschikking stellen. Opgelet: dit formulier moet vóór 6 februari 2026 worden ingevuld door alle titularissen van de betrokken rekening.
De overgangsperiode
De meerwaardebelasting geldt voor verrichtingen vanaf 1 januari 2026, maar zal pas later in 2026 worden goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Tijdens de overgangsperiode – van 1 januari tot en met de tiende dag na de publicatie van de wet – mogen banken geen roerende voorheffing inhouden op meerwaarden die in die periode worden gerealiseerd. Het is dan in principe aan de belastingplichtige om deze meerwaarden aan te geven.
Gelukkig voorziet de wet dat banken hun klanten, na de goedkeuring en publicatie van de wet, alsnog kunnen voorstellen om een bedrag in te houden dat overeenkomt met de roerende voorheffing op de meerwaarden gerealiseerd tijdens deze overgangsperiode. Deze inhouding zal dezelfde juridische waarde hebben als een echte roerende voorheffing en dus de belastingplichtige vrijstellen van verdere aangifteverplichtingen.
Zodra de wet is goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, neemt Delen Private Bank op het gepaste moment opnieuw contact op met de klanten die tijdens deze overgangsperiode meerwaarden hebben gerealiseerd – op voorwaarde dat zij op dat moment nog klant zijn van de bank – om hen deze mogelijkheid alsnog aan te bieden.
Blijf op de hoogte
Volg Delen Private Bank op sociale media en mis niets van onze laatste updates.