Private credit onder druk – vormt de hype een gevaar?
- 21 mei 2026
- Beurs en economie
Private credit is in sneltempo geëvolueerd van een alternatieve belegging voor professionele spelers naar een populair portefeuilleonderdeel van (vermogende) particulieren. Maar wat als die markt barsten vertoont, en iedereen tegelijk naar de uitgang wil?
In dit artikel zoomen we in op de opkomst en de recente commotie rond private credit. Blijft de impact beperkt tot deze specifieke niche? Of staan we aan de vooravond van een nieuwe financiële crisis?
We leggen ook uit waarom deze niche volgens Delen Private Bank geen vaste plaats verdient in de portefeuilles.
Wat is private credit?
Private credit verwijst naar leningen die quasi rechtstreeks tussen investeerders en bedrijven worden afgesloten, zonder tussenkomst van de bank of de beurs. In deze specifieke context gaat het om privatecreditfondsen die geld uitlenen aan middelgrote, snel groeiende ondernemingen, vaak in de technologiesector. De klassieke kanalen – banken en obligatiemarkten – zijn vaak terughoudend om zulke bedrijven te financieren.
Spelers in private credit, vaak beursgenoteerd, bundelen deze private leningen in beleggingsfondsen. Die fondsen halen kapitaal op bij investeerders en lenen dat uit in ruil voor een rentevergoeding.
De rentevergoeding bij private capital ligt hoger, als compensatie voor de beperkte verhandelbaarheid.
Die vergoeding ligt doorgaans hoger dan gemiddeld, want een belangrijk kenmerk is dat deze fondsen slechts beperkt verhandelbaar zijn. Dat is logisch: de onderliggende leningen zijn maatwerk en kunnen evenmin dagelijks verhandeld worden. Beleggers kunnen dus niet onbeperkt uitstappen, waardoor het kapitaal voor meerdere jaren vastzit. Dat ‘ongemak’ wordt vergoed met extra rendement – de zogenaamde illiquiditeitspremie.
Verder in dit artikel leest u waarom die beperkte liquiditeit de angel in het verhaal blijkt te zijn. Maar op het eerste gezicht lijken die private kredieten een win-winsituatie: middelgrote groeibedrijven krijgen toegang tot financiering, terwijl investeerders een hogere rente ontvangen, in ruil voor iets meer risico en minder liquiditeit. Private credit is zo uitgegroeid tot een alternatief financieringskanaal, dat de voorbije jaren sterk aan populariteit heeft gewonnen.
De opmars van private credit
Private credit is niet nieuw. Toch kwam de grote doorbraak pas na de financiële crisis van 2008. Toezichthouders legden toen de kredietverlening van traditionele banken aan banden om het financiële systeem te beschermen. Risicovollere leningen aan minder kredietwaardige bedrijven verschoven van banken naar private kapitaalverschaffers.
In een omgeving van uitzonderlijk lage rentes groeide bij investeerders tegelijk de vraag naar alternatieven voor traditionele obligaties.
Vooral grote institutionele partijen, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, zochten een manier om langetermijnkapitaal te investeren in producten met een aantrekkelijk rendement.
Private credit was voor hen een perfecte match. Het bood relatief stabiele cashflows uit interestbetalingen, de waarderingen kenden geen grote schommelingen zoals bij beursgenoteerde obligaties en de rendementen lagen hoger dan bij klassieke obligaties.
De aantrekkelijke combinatie van rendement en ogenschijnlijk beperkt risico trok steeds meer investeerders aan, ook buiten de institutionele wereld. Private credit vond zo zijn weg naar vermogende particulieren.
De markt voor private credit kende een spectaculaire groei tussen 2010 en 2025. Vandaag gaat er ruim 2.000 miljard dollar om in deze markt.
Groei van de privatecreditmarkt
In dollar
Bron: Preqin 2025
Pijnpunten in de privatecreditmarkt
De sterke instroom van kapitaal vormde een uitdaging voor de privatecreditspelers. Hun fondsen moesten immers steeds meer geld aan het werk zetten, terwijl het aantal kwaliteitsvolle kredietopportuniteiten niet even snel toenam. Er ontstond een onevenwicht: te veel geld dat speurde naar te weinig opportuniteiten.
Er ontstond een onevenwicht: te veel geld dat speurde naar te weinig opportuniteiten.
Dat had voorspelbare gevolgen. Private kredietverstrekkers financierden almaar vaker bedrijven met een lagere kredietkwaliteit, versoepelden de voorwaarden in kredietcontracten en accepteerden hogere schuldenniveaus. Tegelijk spreidden ze hun kredietportefeuilles minder goed. Vooral de softwaresector woog er zwaar in door.
Privatecreditspelers hadden voor miljarden dollars aan softwarebedrijven uitgeleend – en dat bleek hun achilleshiel. Want toen de snelle opkomst van AI vragen opwierp over toekomstige inkomsten in de sector, kwamen de structurele kwetsbaarheden van private leningen plots aan het licht.
Het kantelpunt
Stilaan begon de stemming rond private credit om te slaan. Beleggers beseften dat geld lange tijd uitzonderlijk goedkoop was geweest, en dat spelers in private credit daardoor ‘slechte’ leningen hadden verstrekt.
In 2026 werden de zorgen verder aangewakkerd door de ontwrichtende impact van AI op de softwaresector. Vooral de grote blootstelling aan softwarebedrijven baarde zorgen: wat zijn die bedrijven over vijf jaar nog waard? Naar schatting stond 25 tot 35 procent van privatecreditportefeuilles bloot aan AI-disruptierisico.
De geruchten over wanbetalingen namen toe, steeds vaker haalde private credit de krantenkoppen. En zoals zo vaak komt een ongeluk nooit alleen. Los van de bezorgdheden rond AI gooiden ook de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten roet in het eten. Stijgende olieprijzen deden de inflatievrees weer oplaaien, waardoor de rentes de hoogte ingingen.
De mythe van de semi-liquiditeit
Investeerders werden voorzichtig en wilden hun blootstelling aan private credit afbouwen. Maar daarbij botsten ze op het fundamenteel probleem: de privatecreditfondsen zijn moeilijk verhandelbaar. Uitstappen bleek vaak slechts beperkt mogelijk – of zelfs helemaal niet.
Daar ligt de kern van het probleem. De privatecapitalreuzen noemen hun fondsen ‘semi-liquide’, maar in de praktijk klopt dat niet. Je kunt beleggers nu eenmaal niet “een beetje” liquiditeit geven. Zodra het sentiment verslechtert, wil iedereen tegelijk uitstappen – vaak ruim boven de toegelaten uitstroomlimiet van vijf of zes procent. En wanneer fondsen de poort tijdelijk sluiten om de uitstroom aan banden te leggen, heeft dat meestal het tegenovergestelde effect: beleggers willen zo snel mogelijk weg.
In het eerste kwartaal van dit jaar probeerden beleggers 20 miljard dollar terug te trekken uit privatecreditfondsen, maar stuitten ze op de uitstroomrestricties van de fondsen.
Die vertrouwenscrisis woog op de aandelenkoersen van privatecreditgroepen. Sommige spelers probeerden het vertrouwen te herstellen, maar dat leek eerder een paniekreactie dan een structurele oplossing.
Zo verhoogde Blue Owl Capital — een van de grootste privatecreditspelers voor particuliere beleggers — tijdelijk de uitstapmogelijkheden in enkele semi-liquide fondsen van 5% naar 15%. Daarmee wilde het tegemoetkomen aan de hoge terugbetalingsverzoeken. Kort daarna werd die limiet opnieuw verlaagd. Intussen ontving de groep voor 5,4 miljard dollar aan uitstapverzoeken.
Ook bij Blackstone liep de druk op. Daar bracht het topmanagement zelf 400 miljoen dollar extra kapitaal in om de uitstroom op te vangen.
Geen voorbode van een bredere financiële crisis
Een crisis in een klein hoekje van de financiële sector die steeds meer aandacht krijgt in de pers: het maakt veel beleggers nerveus. Zeker wie de crisis van 2008 heeft meegemaakt. Ook toen begonnen de problemen in een relatief kleine en ogenschijnlijk onbelangrijke niche: de subprime-markt in de VS (leningen aan kredietnemers met een lagere kredietwaardigheid).
Moeten we vandaag dezelfde parallel trekken? Kan de crisis in private credit overslaan naar de bredere markt?
Voorlopig lijkt dat risico beperkt. De problemen in private credit zijn reëel, maar blijven voorlopig vooral beperkt tot de markt zelf. We zien vandaag een markt die geconfronteerd wordt met de gevolgen van haar eigen snelle groei en structurele zwaktes – een correctie na een periode van sterk enthousiasme, eerder dan een systemische schok.
De problemen in private credit zijn reëel, maar blijven voorlopig vooral beperkt tot de markt zelf.
Is er dan helemaal geen besmettingsgevaar? Toch wel, maar dat blijft voorlopig beheersbaar. Vooral verzekeraars hebben de voorbije jaren geïnvesteerd in private credit, op zoek naar extra rendement voor hun langetermijnverplichtingen. Als de problemen aanhouden, kan dat druk zetten op hun balansen. De privatecreditsector valt niet onder dezelfde strenge wetgeving als de banken, al volgen toezichthouders vandaag nauwlettend op of die problemen kunnen uitgroeien tot een systeemcrisis zoals in 2008.
Toch zijn er belangrijke verschillen met eerdere crisissen, zoals die van 2008:
-
de totale omvang van private credit blijft relatief beperkt binnen het globale financiële systeem
-
de hefboom (de mate waarin een onderneming met schulden gefinancierd wordt tegenover eigen middelen) ligt aanzienlijk lager dan in de subprime-markt. Vandaag is die verhouding 1 op 2, misschien 1 op 3, terwijl in 2008 de verhouding opliep tot 10, 20 of zelfs 30 tegen 1.
-
de verwevenheid met banken is veel kleiner. In 2008 waren de complexe, risicovolle producten verspreid over het hele banksysteem.
Daardoor is het risico op een brede, systemische crisis vandaag aanzienlijk beperkter.
Dat neemt niet weg dat lokale spanningen of verliezen kunnen optreden. Maar een scenario waarbij private credit de hele financiële markt meesleurt, lijkt op dit moment weinig waarschijnlijk.
Onze visie op private credit
Bij Delen Private Bank hanteren we al langer een voorzichtige houding tegenover private credit. Onze blootstelling aan deze markt is bewust zeer beperkt gebleven: minder dan 1%, en enkel onrechtstreeks via private-equitybedrijven. De redenen daarvoor zijn gebaseerd op een aantal fundamentele bezorgdheden:
-
onvoldoende diversificatie binnen de portefeuilles van de privatecreditbedrijven
-
twijfels over de kredietkwaliteit van sommige onderliggende bedrijven
-
beperkte liquiditeit
Onze blootstelling aan deze markt is bewust zeer beperkt gebleven.
Die bezorgdheden waren er ook al toen het enthousiasme rond private credit groot was. In onze ogen werd het risico-rendementsverhaal vaak te rooskleurig voorgesteld.
Vandaag zien we hoe snel het sentiment gekeerd is. Zodra duidelijk werd dat uitstappen niet eenvoudig is, nam de onrust toe. De focus verschuift nu van rendement naar liquiditeit – vaak zonder nog voldoende aandacht voor de onderliggende kwaliteit van de investeringen.
De huidige spanningen in de markt bevestigen onze analyse. Daarom blijven we trouw aan onze aanpak: selectief en kritisch, met een duidelijke voorkeur voor liquide en transparante beleggingen. Dat stelt ons in staat om portefeuilles correct te waarderen, op te volgen en indien nodig tijdig bij te sturen – iets wat binnen private credit structureel moeilijker is.
Besluit
Private credit illustreert hoe snel een aantrekkelijk verhaal kan omslaan.
De sector is de afgelopen jaren bijzonder snel gegroeid, vaak sneller dan het aanbod aan kwaliteitsvolle investeringskansen. Toenemende concurrentie maakte sommige kredietverstrekkers minder voorzichtig, waardoor ze extra kwetsbaar zijn wanneer de economische context verslechtert.
Het enthousiasme van de voorbije jaren was in onze ogen overdreven. Maar het is even belangrijk om nu niet in de andere richting door te slaan. De huidige spanningen betekenen niet dat we aan de vooravond staan van een crisis zoals in 2008. Private credit vormt geen systeemrisico van dezelfde orde. Daarvoor is de markt te klein en te weinig verweven met de rest van het financiële systeem.
Voor beleggers blijft het essentieel om verder te kijken dan het rendement, en ook de onderliggende risico’s – zoals liquiditeit, kwaliteit en diversificatie – correct in te schatten.